ECLI:NL:GHAMS:2007:BA2325
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Y.A.J.M. van Kuijck
- H.W. Koksma
- E.P.R. Sutorius
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken machtiging raadsman
Verdachte stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de politierechter. Tijdens de zitting verklaarde de raadsman van verdachte niet gemachtigd te zijn voor de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Het hof overwoog dat het stelsel van artikel 279 Sv Pro vereist dat een raadsman uitdrukkelijk gemachtigd moet zijn om de verdediging te voeren, tenzij sprake is van uitzonderlijke gevallen.
In deze zaak had verdachte de raadsman slechts een dag voor de zitting laten weten dat hij het hoger beroep wilde intrekken. De raadsman liet verdachte de ochtend van de zitting een schriftelijk stuk opstellen waarin hij zijn intrekkingswens bevestigde. De raadsman overhandigde dit stuk aan het hof en gaf toelichting, maar had nog geen formele akte van intrekking ingediend.
Het hof achtte dit een uitzonderlijk geval waarin de raadsman toch gemachtigd kon worden geacht voor overlegging en toelichting van het stuk. Desondanks oordeelde het hof dat verdachte niet ontvankelijk was in het hoger beroep wegens het ontbreken van een geldige machtiging voor de inhoudelijke behandeling. Het hoger beroep werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van een geldige machtiging van de raadsman.