ECLI:NL:GHAMS:2007:BA1941
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- P.M.F. van Loon
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde nieuwbouwwoning na beroep tegen vaststelling waardepeildatum
Belanghebbende kocht in september 1998 een nieuwbouwwoning met bouwjaar 2000 voor ƒ 795.000 vrij op naam. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 1999 vast op ƒ 904.000, wat belanghebbende betwistte. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof te ’s-Gravenhage werd het beroep eerst ongegrond verklaard, maar de Hoge Raad vernietigde dit en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam.
Het Hof onderzocht of de betaalde koopprijs de waarde in het economische verkeer weerspiegelde. De heffingsambtenaar stelde dat de prijs niet de vrije verkoopwaarde weerspiegelde, mede door stichtingskosten en marktomstandigheden. Belanghebbende voerde aan dat de prijs vlak voor de koop was vastgesteld en dat er geen druk was om snel te tekenen. Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk had gemaakt dat de koopprijs afweek van de economische waarde.
Verder constateerde het Hof een waardestijging in de ruim drie maanden tot de waardepeildatum, onderbouwd met verkoopprijzen van vergelijkbare woningen uit het project. De waarde werd daarom verminderd tot ƒ 820.000 (€ 372.099). De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 23 maart 2007.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de nieuwbouwwoning is verminderd tot ƒ 820.000 (€ 372.099) en de heffingsambtenaar is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.