ECLI:NL:GHAMS:2007:BA1930
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.H.F.M. Cortenraad
- M.P. van Achterberg
- A.K.C. de Brauw
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bank voor onbevoegd gebruik bankpas na diefstal en zorgvuldigheidsverplichting pashouder
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van Postbank centraal voor onbevoegd gebruik van een bankpas na diefstal. De pashouder had haar pas na aankoop van treinkaartjes los in een achterzak van haar broek gestoken en ontdekte de vermissing pas drie dagen later. Gedurende deze periode werden aanzienlijke bedragen van haar rekening opgenomen.
De voorwaarden van de Nederlandse Vereniging van Banken verplichten de pashouder zorgvuldig om te gaan met pas en pincode en geheimhouding van de pincode te betrachten. Postbank stelde dat de pashouder haar geheimhoudingsverplichting had geschonden en ook nalatig was in het veilig bewaren van de pas.
Het hof oordeelde dat het enkel mogelijk meekijken tijdens het intoetsen van de pincode niet automatisch een schending van de geheimhoudingsverplichting oplevert. Wel was het los wegbergen van de pas in een niet afgesloten broekzak en het nalaten om binnen een redelijke termijn te controleren of de pas nog in bezit was, grove nalatigheid. Hierdoor was de pashouder onbeperkt aansprakelijk voor de opnamen na de eerste transactie.
De vordering van de pashouder werd daarom deels toegewezen: Postbank moest het bedrag van de eerste onbevoegde opname minus het eigen risico vergoeden, maar niet de latere bedragen. De proceskosten werden verdeeld conform de uitkomst van het incidenteel beroep.
Uitkomst: Postbank is aansprakelijk voor de eerste onbevoegde opname minus het eigen risico, pashouder is aansprakelijk voor latere opnamen wegens grove nalatigheid.