Uitspraak
mr. R.A. Oskamp,
mr. A.J. Zappey.
1.Het geding in hoger beroep
2.Grieven
3.Waarvan het hof uitgaat
4.Beoordeling
5.Beslissing
Het hof:
;
;
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de aansprakelijkheid van appellant als bestuurder centraal vanwege zijn handelen in de periode juni tot augustus 2003 binnen de Altera Groep. Appellant werd verweten onrechtmatig te hebben gehandeld door betalingen te verrichten ten laste van de failliete vennootschappen Pre Production Company B.V. en La Tipografia B.V., waardoor crediteuren van deze vennootschappen zijn benadeeld ten gunste van andere groepscrediteuren.
Het hof nam de feiten over zoals vastgesteld door de rechtbank, waaronder de benoeming van appellant tot statutair directeur van Altera, zijn exclusieve toegang tot de bankrekeningen van Preco en La Tipografia, en de overboekingen naar Schreuder Holding zonder opeisbare schulden. De curator stelde dat deze betalingen onrechtmatig waren en appellant onvoldoende onderbouwde een verweer dat deze betalingen onderdeel waren van een reddingsoperatie.
Het hof verwierp het verweer van appellant wegens gebrek aan bewijs en concrete onderbouwing, en concludeerde dat appellant zijn bestuurstaken onbehoorlijk heeft vervuld. Dit leidde tot aansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 jo Pro. 2:11 BW. Ook werd geoordeeld dat de omvang van de schadevergoeding niet tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen leidt en dat het ontbreken van persoonlijk voordeel appellant niet vrijpleit.
De bestreden vonnissen van de rechtbank werden bekrachtigd, appellant werd niet-ontvankelijk verklaard voor het beroep tegen het vonnis van 12 oktober 2005, en veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestreden vonnissen en veroordeelt appellant in de proceskosten wegens onbehoorlijk bestuur en onrechtmatige betalingen.