ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ9240
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- N. van Lingen
- R.J.F. Thiessen
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij betekening aan advocaat in Duitsland
In deze zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter Utrecht in een kort geding tussen Metallit GmbH en appellant. De kern van het geschil betreft de ontvankelijkheid van het hoger beroep, waarbij appellant de appeldagvaarding heeft betekend aan de advocaat van Metallit, gevestigd in Duitsland.
De zaak draait om de toepassing van de EG-betekeningsverordening (Verordening (EG) nr. 1348/2000) en de aanvullende bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Volgens artikel 63 lid 1 Rv Pro dient bij betekening aan een partij in een andere lidstaat binnen veertien dagen een afschrift of vertaling van de betekening te worden verzonden aan een ontvangende instantie of rechtstreeks aan de partij. Appellant heeft dit niet gesteld of bewezen.
Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de ontvankelijkheid van het hoger beroep en heeft de verdere beslissing aangehouden. De zaak is verwezen naar een rolzitting voor nadere uitlatingen van appellant. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2006.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere uitlatingen over de ontvankelijkheid van het hoger beroep.