ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ4019
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E. van Waaijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslag loonbelasting en toepassing brutering bij Poolse werknemers
Het Gerechtshof Amsterdam heeft uitspraak gedaan in het beroep van X B.V. tegen de naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen over het tijdvak 1996, waarbij de inspecteur een naheffingsaanslag oplegde wegens niet afgedragen loonbelasting over Poolse werknemers in dienst bij belanghebbende.
De zaak betreft een complexe fiscale kwestie waarin de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag uitging van brutering, omdat belanghebbende niet de vereiste aangiften had gedaan en niet aannemelijk maakte dat zij de belasting op het loon van de Poolse werknemers zou verhalen. Het hof overweegt dat de inspecteur niet onredelijk of willekeurig heeft gehandeld door deze brutering toe te passen.
Belanghebbende voerde aan dat sprake was van willekeur en dat de naheffingsaanslag onjuist was, onder meer omdat de Poolse werknemers als zelfstandigen zouden zijn aangemerkt. Het hof acht dit niet aannemelijk, mede gelet op verklaringen van de werknemers, het ontbreken van een administratie van gewerkte uren en de constructie van vennootschap onder firma die niet daadwerkelijk werd uitgevoerd.
Verder oordeelt het hof dat belanghebbende opzet heeft gehad, omdat zij zich bewust moet zijn geweest dat verhaal van loonbelasting niet mogelijk was. De redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden, waardoor de verhoging wordt verminderd met 10%. Het hof veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van een deel van de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt gehandhaafd met vermindering van de verhoging en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten.