ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ1173
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- A. Bockwinkel
- A.C. Faber
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing faillissement wegens onvoldoende boedelactief
Appellant is in 2002 failliet verklaard en heeft hoger beroep ingesteld tegen de opheffing van zijn faillissement door de rechtbank Haarlem. Hij voerde meerdere grieven aan, waaronder het niet gehoord zijn bij de rechtbank, het ontbreken van een rekening en verantwoording door de curator, onvoldoende motivering van de beslissing en de toestand van de boedel die geen aanleiding zou geven tot opheffing.
Tijdens de zitting in hoger beroep op 28 juli 2006 zijn zowel appellant als de curator gehoord. Het hof stelde vast dat het boedelactief circa €22.000 bedroeg, terwijl de preferente vorderingen en bankvorderingen aanzienlijk hoger waren. Het hof oordeelde dat ook bij een boedelactief van ongeveer €36.000 opheffing gerechtvaardigd is omdat dit onvoldoende is voor de faillissementskosten en boedelschulden.
Verder verwierp het hof de grieven over het niet gehoord zijn van appellant en curator bij de rechtbank, omdat appellant in hoger beroep wel de gelegenheid had gekregen zijn bezwaren te uiten en de curator ook is gehoord. De stelling dat curator ten genoegen van appellant rekening en verantwoording moest afleggen werd niet ondersteund door het recht.
Het hof bekrachtigde daarom de beslissing van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Appellant had geen belang meer bij de grief over onvoldoende motivering van de beslissing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de opheffing van het faillissement omdat het boedelactief onvoldoende is voor faillissementskosten en appellant geen belang heeft bij zijn grieven.