ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ1038
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M.F. van Loon
- H.E. Kostense
- J.H. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting wegens niet opgegeven dividenduitdelingen
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een BV die apotheekvennootschappen exploiteert, voerde beroep aan tegen navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting over de jaren 1994 tot en met 1998. De inspecteur stelde dat belanghebbende aanzienlijke kortingen van medicijngroothandels had ontvangen die niet in de boeken waren verantwoord en kwalificeerde deze als vermomde dividenduitdelingen. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat het om leningen of salaris ging.
Het Hof oordeelde dat de kortingen niet als leningen of salaris konden worden aangemerkt, omdat deze niet administratief waren vastgelegd en niet in de balans waren opgenomen. Gezien de volledige zeggenschap van belanghebbende over de BV en apotheekvennootschappen, was sprake van winstuitdeling. Belanghebbende had deze inkomsten niet in zijn aangiften opgenomen, waardoor de inspecteur terecht de omkering van de bewijslast toepaste en een redelijke schatting maakte.
De stellingen van belanghebbende dat de kortingen slechts gedeeltelijk tot zijn inkomen moesten worden gerekend en dat hij onvoldoende bewijs kon leveren, werden verworpen. Ook de navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting werden als juist beoordeeld. Het beroep werd in al zijn onderdelen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslagen wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd.