ECLI:NL:GHAMS:2006:AY8424
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tuchtklacht tegen gerechtsdeurwaarder over betekening dagvaarding en gedragingen
In deze zaak stond de klacht van meerdere advocatenkantoren tegen een gerechtsdeurwaarder centraal, die werd verweten onzorgvuldig te zijn geweest bij de betekening van dagvaardingen en zich onprofessioneel te hebben gedragen. De klachten betroffen onder meer het achterlaten van exploten op een vensterbank, het niet betekenen aan privé-adressen, en onjuiste vermeldingen op exploten.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders had de klachten ongegrond verklaard, waarna klager hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof voerde een marginale toetsing uit en oordeelde dat de betekening op het kantooradres gelet op artikel 1:14 BW Pro toelaatbaar was, mede omdat het een zakelijk geschil betrof en de gerechtsdeurwaarder een opdracht had gekregen om daar te betekenen.
Verder werd geoordeeld dat het achterlaten van exploten zonder gesloten envelop op de vensterbank, gezien de omstandigheden en het feit dat klager de exploten weigerde aan te nemen, niet leidde tot een schending van de privacy of tuchtrechtelijk laakbaar gedrag. Ook de vermeende onbeschoftheid en gedragingen van de gerechtsdeurwaarder werden niet als tuchtrechtelijk laakbaar beoordeeld.
Het hof verwierp het beroep en bevestigde daarmee de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders. De procedure benadrukte het onderscheid tussen civielrechtelijke toetsing van betekening en de beperktere rol van de tuchtrechter, waarbij de civiele rechter primair bevoegd is over de rechtmatigheid van betekening.
Uitkomst: Het hof verwierp het hoger beroep en verklaarde de klachten tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond.