ECLI:NL:GHAMS:2006:AY8422
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen berisping gerechtsdeurwaarder wegens onjuiste loonbeslaglegging
In deze zaak diende het Gerechtshof Amsterdam een hoger beroep over een berisping opgelegd aan een gerechtsdeurwaarder door de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders. De klacht betrof het leggen van loonbeslag bij klager ondanks diens beroep op verrekening van alimentatiebetalingen en vermeende te hoge kosten.
De feiten betroffen een arrest van het Hof waarin de alimentatieverplichting van klager was vastgesteld, waarbij klager teveel betaalde alimentatie wilde verrekenen met lopende verplichtingen. De gerechtsdeurwaarder legde echter loonbeslag op verzoek van de ex-echtgenote van klager, die aanspraak maakte op de beslagvrije voet volgens artikel 475c Rv.
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders had de klacht gegrond verklaard en een berisping opgelegd, stellende dat de deurwaarder zich te snel achter het standpunt van zijn opdrachtgever had geschaard. Het Hof oordeelde echter dat de klacht faalt omdat klager niet bevoegd was tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de wederpartij niet geldig zou zijn (artikel 6:135 BW Pro) en dat de deurwaarder de kosten rechtmatig had doorberekend.
Het Hof vernietigde de beslissing van de Kamer en verklaarde de klacht ongegrond, waarbij het standpunt van klager onvoldoende onderbouwd was en de deurwaarder niet onjuiste informatie had verstrekt.
Uitkomst: Het hof vernietigt de berisping en verklaart de klacht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond.