ECLI:NL:GHAMS:2006:AY8409
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Waarde conversierecht niet belastbaar bij verkrijger en niet winstverhogend bij emittent
Belanghebbende, een participatiemaatschappij, verkreeg in 1996 een converteerbare lening met conversierecht in W B.V. In 1998 werd de lening geconverteerd, waarbij het Hof eerder oordeelde dat het voordeel onder de deelnemingsvrijstelling valt. De inspecteur stelde de waarde van het conversierecht op de winst van belanghebbende over 1998 in mindering op het verlies van voorgaande jaren.
Het geschil betrof of de contante waarde van het conversierecht bij de verkrijger tot de belastbare winst behoort. Het Hof volgde belanghebbende en verwees naar arresten van de Hoge Raad (BNB 1996/299, 300 en BNB 2005/260) waarin is bepaald dat het conversierecht deel uitmaakt van het vermogensrecht en niet als winst of last mag worden gerekend.
Het Hof stelde vast dat deze redelijke wetstoepassing betekent dat noch bij de emittent, noch bij de verkrijger een bedrag voor het conversierecht in de winst wordt betrokken. De bestreden uitspraak van de inspecteur werd vernietigd en het verlies uit voorgaande jaren werd vastgesteld op het door belanghebbende gevorderde bedrag. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De waarde van het conversierecht behoort niet tot de belastbare winst van belanghebbende en het verlies uit voorgaande jaren wordt vastgesteld op het door belanghebbende gevorderde bedrag.