ECLI:NL:GHAMS:2006:AY3852
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- M. Coeterier
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- H. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt ontruiming Amstelrust wegens onvoldoende voortvarende activiteiten
In deze zaak stond de ontruiming van het pand Amstelrust centraal, dat door een groep, waaronder appellant, was gekraakt. De Staat had op grond van strafrechtelijke bepalingen ontruimingsmaatregelen getroffen. De voorzieningenrechter had deze maatregelen goedgekeurd, maar het hof oordeelde anders.
Het hof nam feiten over waarin stond dat Amstelrust ten tijde van de kraak al geruime tijd onbewoond was, zonder water, verwarming en telefoon, en dat er geen monument- of bouwvergunningen voor ingrijpende werkzaamheden waren verleend. Hoewel een bouwplan van een aannemer was overgelegd, achtte het hof dit niet aannemelijk als een reëel en voortvarend plan.
Het hof stelde vast dat de officier van justitie ten onrechte mocht aannemen dat er sprake was van effectief en voortvarend gebruik van het pand. De ontruiming was daarom onterecht. Omdat de ontruiming inmiddels was uitgevoerd, had appellant geen belang meer bij zijn oorspronkelijke vordering, maar het vonnis werd vernietigd en de Staat werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en oordeelt dat de Staat ten onrechte Amstelrust heeft laten ontruimen wegens het ontbreken van voortvarende werkzaamheden.