ECLI:NL:GHAMS:2006:AY3745
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F. Faase
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring uitsluiting premiespaarregeling en spaarloonregeling voor werknemer met 12,5% aandelenbelang
Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde beroep aan tegen naheffingsaanslagen loonbelasting over de jaren 1996 tot en met 2000, opgelegd vanwege deelname van haar enig werknemer en directeur met een 12,5% aandelenbelang aan premiespaar- en spaarloonregelingen. De inspecteur had deze regelingen uitgesloten op grond van artikel 23 van Pro de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen (URWW), omdat A een aanmerkelijk belanghouder was en de enige werknemer.
Het hof oordeelt dat de uitsluiting in artikel 23 URWW Pro voor de jaren 1997-2000 onverbindend is voor werknemers met een aandelenbelang onder de drempel van grootaandeelhouderschap, hier 12,5%. Dit volgt uit de uitleg van het arrest van de Hoge Raad (BNB 2000/211) en de wetsgeschiedenis, waaruit blijkt dat de uitsluiting slechts bedoeld is voor de enige werknemer die tevens grootaandeelhouder is (minimaal 33⅓%).
Daarmee is de uitsluiting niet van toepassing op A en dienen de premiespaar- en spaarloonregelingen als zodanig te worden erkend. De naheffingsaanslagen worden vernietigd. Het hof wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af omdat belanghebbende dit had ingetrokken, maar staat vergoeding van kosten van de bezwaarprocedure toe na nadere bewijslevering.
De uitspraak bevestigt dat de ministeriële regeling niet buiten de bevoegdheid is getreden, maar dat de toepassing ervan onjuist is geweest voor werknemers met een minder dan grootaandeelhoudersbelang. Dit leidt tot herstel van de rechten van belanghebbende voor de jaren 1997 tot en met 2000.
Uitkomst: De uitsluiting van deelname aan premiespaar- en spaarloonregelingen voor een werknemer met 12,5% aandelenbelang is onverbindend verklaard en de naheffingsaanslagen zijn vernietigd.