ECLI:NL:GHAMS:2006:AY3589
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S. Clement
- M.E. van Zandwijk-Hillebrands
- F.A.A. Duynstee
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling tussen grootouders en kleinkinderen na verbroken contact
De grootouders zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking waarin zij ontvankelijk werden verklaard voor omgang met hun kleinkind B, maar niet met C. Het hof oordeelt dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen grootouders en C, en verklaart hen ook ontvankelijk voor omgang met C.
De moeder betwistte de ontvankelijkheid en stelde dat het belang van de kinderen zich tegen omgang verzet vanwege het ontbreken van een affectieve band en de slechte relatie met de grootouders. Het hof acht het belang van de kinderen echter gebaat bij contact met de familie van vaderszijde, zeker nu de vader zelf geen contact meer heeft.
Het contact tussen grootouders en kinderen is sinds november 2003 verbroken, maar het hof acht het van belang dat het contact rustig wordt opgebouwd. Daarom wordt een omgangsregeling vastgesteld waarbij vanaf 1 januari 2007 eenmaal per maand één uur omgang plaatsvindt in aanwezigheid van de moeder of een vertrouwenspersoon, en vanaf 1 juli 2007 wordt uitgebreid naar twee uur per maand, al dan niet in aanwezigheid van de moeder.
Het hof wijst het verzoek van de moeder af om de omgangsregeling te vernietigen en benadrukt dat de moeder tot eind 2006 de tijd krijgt om aan herstel van het contact te werken, eventueel met mediation. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: Het hof verklaart de grootouders ontvankelijk voor omgang met beide kleinkinderen en stelt een gefaseerde omgangsregeling vast vanaf 1 januari 2007.