ECLI:NL:GHAMS:2006:AX6768
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- A. Bockwinkel
- J.E. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Cessie van levensverzekering met lijfrenteclausule leidt tot onredelijke benadeling in schuldsanering
Appellant heeft een levensverzekering afgesloten met het doel een lijfrentepolis te kopen als aanvulling op zijn AOW-uitkering. Tijdens de schuldsaneringsregeling werd door de rechtbank als voorwaarde voor het verlenen van de schone lei geëist dat appellant zijn rechten uit deze verzekering zou cederen aan schuldeisers. Appellant stelde dat deze cessie leidt tot een onredelijke benadeling, mede vanwege fiscale gevolgen en het verzorgingskarakter van de verzekering.
Het hof heeft onderzocht of artikel 295a van de Faillissementswet bescherming biedt tegen deze cessie en concludeert dat dit inderdaad het geval is. Het inkomen uit de levensverzekering plus de AOW-uitkering overstijgt niet de normale kosten van levensonderhoud, waardoor de verzekering een verzorgingskarakter heeft. Een cessie zou appellant en zijn partner onredelijk benadelen.
De rechtbankvoorwaarde dat de levensverzekeringsrechten voorafgaand aan het einde van de regeling aan schuldeisers worden overgedragen, wordt daarom door het hof vernietigd. Het hof bevestigt dat appellant recht heeft op de schone lei zonder deze voorwaarde. De overige onderdelen van het vonnis blijven ongewijzigd.
De zaak illustreert de bescherming van schuldenaren met een levensverzekering in het kader van de schuldsaneringsregeling en benadrukt het belang van het behoud van een redelijke oudedagsvoorziening.
Uitkomst: De voorwaarde dat appellant zijn rechten uit de levensverzekering moet cederen aan schuldeisers wordt vernietigd en de schone lei wordt verleend zonder deze voorwaarde.