ECLI:NL:GHAMS:2006:AX6761
Gerechtshof Amsterdam
- Versnelde behandeling
- P. Ingelse
- N. van Lingen
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- Rechtspraak.nl
Huur van vloeroppervlak in winkelcentrum als bedrijfsruimte en gevolgen opzegging huurovereenkomst
In deze zaak staat centraal of de huur van een vloeroppervlak van circa 12 m2 in een overdekt winkelcentrum, gebruikt voor een bloemenstand, kan worden gekwalificeerd als huur van bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro. De huurder, [A], had een huurovereenkomst met de belangenvereniging [B], die de exploitanten van het winkelcentrum vertegenwoordigt.
De kantonrechter had geoordeeld dat het gehuurde geen gebouwde onroerende zaak betrof, maar het hof oordeelt dat dit niet zonder meer kan worden aangenomen en dat het gehuurde mogelijk wel als bedrijfsruimte moet worden beschouwd. Dit volgt mede uit de aard van het gebruik, de overeenkomst en de omstandigheden zoals het plaatsen van verlichtingsspots en het betalen van servicekosten.
De opzegging van de huurovereenkomst door [B] is in kort geding toegewezen, maar het hof stelt dat onvoldoende zekerheid bestaat dat de gestelde tekortkomingen van [A] (zoals het niet dagelijks afbreken van de stand en overschrijding van de begrenzingen) een opzegging rechtvaardigen. De grieven van [A] slagen, het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en de vordering tot ontruiming wordt afgewezen.
Het hof wijst [B] als de in het ongelijk gestelde partij aan in de kosten van beide instanties en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot ontruiming af en vernietigt het vonnis van de kantonrechter.