ECLI:NL:GHAMS:2006:AX0337
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- P.G. Wiewel
- J.E. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij faillissementsverzoek niet-ingezetene
In deze zaak verzocht de geïntimeerde de rechtbank Amsterdam om appellant, die geen vaste woon- of verblijfplaats meer in Nederland of de EU heeft, in staat van faillissement te verklaren. Appellant had Nederland per 13 januari 2003 verlaten en was sindsdien woonachtig in Libanon en Zwitserland. De Europese Insolventieverordening was niet van toepassing omdat appellant zich buiten de EU bevond.
Het geschil betrof een vordering van €4.391,98 voortvloeiend uit eerdere procedures tussen partijen over onderhandelingen omtrent de koop en levering van aandelen. Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 lid 2 van Pro de Faillissementswet alleen bevoegd is wanneer de schuldeiser zijn hoedanigheid reeds bezat op het moment dat de schuldenaar Nederland verliet. Omdat appellant bij vertrek geen schuld had aan geïntimeerde, ontbrak de bevoegdheid.
Het hof vernietigde het vonnis van faillietverklaring en verklaarde het verzet gegrond. Tevens werd bepaald dat de kosten van het faillissement en het salaris van de curator ten laste van geïntimeerde komen. De uitspraak benadrukt het belang van internationale bevoegdheidsregels bij faillissementsprocedures van niet-ingezetenen.
Uitkomst: Het hof verklaart de rechtbank onbevoegd en vernietigt het faillissementsvonnis.