ECLI:NL:GHAMS:2006:AW5677
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering invorderingsrente bij aanslag inkomstenbelasting 1998
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de invorderingsrente die door de Belastingdienst in rekening werd gebracht over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1998. De aanslag bedroeg oorspronkelijk € 38.846, waarvan na bezwaar en uitspraak een bedrag van € 37.330,86 resteerde. Over de periode van de laatste vervaldag tot betaling werd € 5.118 aan invorderingsrente berekend.
Na bezwaar matigde de ontvanger de invorderingsrente met € 368,43, maar belanghebbende vorderde een verdere vermindering van € 1.748. De ontvanger stelde zich op het standpunt dat een vermindering van € 890 passend was. Het Hof oordeelde dat de ontvanger niet onredelijk had gehandeld bij zijn berekening en dat het nadeel dat samenhangt met het niet meetellen van belastingschulden in box 3 niet als schade door verzuim van de Belastingdienst kon worden gezien.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, matigde de invorderingsrente tot € 4.228, en veroordeelde de ontvanger tot vergoeding van proceskosten van € 644. Tevens werd het gestorte griffierecht aan belanghebbende vergoed. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: De invorderingsrente wordt verminderd met € 890 en de ontvanger wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.