ECLI:NL:GHAMS:2006:AW2804
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.H.A.M. Voncken
- S. Clement
- J.G. Gräler
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek grootmoeder tot voogdij over kleinkind ter bescherming belang minderjarige
De grootmoeder heeft in hoger beroep verzocht om benoeming tot voogd over haar kleinkind, dat sinds kort na geboorte in een perspectiefbiedend pleeggezin verblijft. De rechtbank Utrecht had dit verzoek afgewezen en de voogdij aan Bureau Jeugdzorg toegewezen. De minderjarige is sinds 2003 onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst vanwege zorgen over het gezinsklimaat.
De Raad voor de Kinderbescherming en pleegouders benadrukken het belang van continuïteit en stabiliteit voor de minderjarige, die zich veilig heeft gehecht aan het pleeggezin. De grootmoeder heeft wel een nauwe biologische band en betrokkenheid, maar het hof oordeelt dat dit niet zwaarder weegt dan het belang van het kind bij een stabiele opvoedsituatie.
Het hof wijst het beroep van de grootmoeder af en bekrachtigt de eerdere beschikkingen. Wel is afgesproken dat de grootmoeder regelmatig contact zal hebben met de minderjarige, onder meer telefonisch en via bezoek, met een evaluatie na een jaar.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de grootmoeder tot benoeming tot voogd af en bekrachtigt de voogdij aan Bureau Jeugdzorg.