ECLI:NL:GHAMS:2006:AW2529
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A.M. Schipper
- A.D.R.M. Boumans
- P.J.N. van Os
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid klacht tegen notaris inzake testament en legaat
Klaagster diende een klacht in tegen de notaris vanwege vermeende onzorgvuldigheden bij het opstellen van het testament van haar vader en de afgifte van het legaat van aandelen in een familiebv. Zij stelde dat de notaris de erflater onjuist had voorgelicht en dat er discrepanties waren tussen het testament en de akte van afgifte legaat, met gevolgen voor de successieaangifte en belastingaanslagen.
De klacht werd door de Kamer van Toezicht over de Notarissen niet-ontvankelijk verklaard omdat deze buiten de wettelijke termijn van drie jaar na kennisneming van het handelen van de notaris was ingediend. Klaagster ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof bevestigde dat klaagster reeds kort na het overlijden van de erflater op de hoogte was van de inhoud van het testament en de afgifte van het legaat. De klacht werd pas vele jaren later ingediend, ruim na de verjaringstermijn. Ook het accorderen van de successieaanslag door de notaris vond plaats binnen de verjaringstermijn. Het hof oordeelde daarom dat klaagster niet ontvankelijk is in haar klacht en verwierp het hoger beroep.
De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare zitting op 13 april 2006.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de klacht wegens verjaring.