ECLI:NL:GHAMS:2006:AV9260
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- G.J. Driessen-Poortvliet
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- S. Clement
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt vonnis rechtbank en wijzigt verrekening huwelijkse voorwaarden wegens onaanvaardbaar resultaat
Partijen zijn in 1963 in gemeenschap van goederen gehuwd en sloten in 1976 huwelijkse voorwaarden die de gemeenschap beëindigden. Na echtscheiding ontstond een geschil over verrekening van vermogensbestanddelen en leningen. De rechtbank wees een vonnis waarbij de vrouw een groot bedrag aan de man moest betalen. De vrouw ging in hoger beroep en de zaak werd na cassatie door de Hoge Raad verwezen naar het hof.
Het hof overwoog dat partijen zich tijdens het huwelijk gedroegen alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd, ondanks de huwelijkse voorwaarden die vooral bedoeld waren om schuldeisers buiten te houden. De toepassing van de huwelijkse voorwaarden zou naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid tot een onaanvaardbaar resultaat leiden. Daarom werd de verrekening geacht plaats te vinden alsof sprake was van gemeenschap van goederen.
De waarde van de muntenverzameling werd vastgesteld op de verzekerde waarde van € 11.355,- (f 25.000,-). De inboedel werd niet meegenomen in verrekening omdat de vrouw deze deels had overgedragen en de man onvoldoende had onderbouwd dat hij nog aanspraak maakte. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de vrouw tot betaling van € 47.898,- aan de man, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf veertien dagen na het arrest. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de vrouw tot betaling van € 47.898,- plus wettelijke rente aan de man wegens verrekening huwelijkse voorwaarden.