ECLI:NL:GHAMS:2006:AV0658
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt juiste tariefindeling van vleesextractproduct onder post 2106 90 98 GDT
Belanghebbende, rechtsopvolger van Z B.V., voerde beroep aan tegen een uitnodiging tot betaling van douanerechten, omdat het product N 5652 volgens haar onder post 1603 00 90 van het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT) moest worden ingedeeld. Dit zou vrijstelling van douanerechten betekenen. De inspecteur stelde dat het product onder post 2106 90 98 viel, met een heffing van 9 procent.
Het geschil draaide om de juiste tariefindeling van het product, dat voor 50 procent uit rundvleesextract en 50 procent uit maltodextrine bestond. De Douanekamer oordeelde dat het product niet als vleesextract kon worden ingedeeld omdat de toevoeging van maltodextrine niet diende als conserveringsmiddel maar als drager voor het sproeidroogproces. De inspecteur stelde dat de hoeveelheid maltodextrine bovendien groter was dan noodzakelijk.
Belanghebbende voerde aan dat de douane zich had vergist en dat navordering op grond van artikel 220, tweede lid, onderdeel b, van het CDW achterwege moest blijven. Dit beroep werd verworpen omdat de douane geen actieve fout had gemaakt en de samenstelling niet uit de aangifte bleek. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en bindende tariefinlichtingen faalde wegens onvoldoende onderbouwing.
De Douanekamer bevestigde dat het product correct onder post 2106 90 98 was ingedeeld en dat de navordering terecht was. De inspecteur mocht zich beroepen op interne compensatie, waardoor de uitnodiging tot betaling niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het product wordt correct ingedeeld onder tariefpost 2106 90 98 van het GDT.