ECLI:NL:GHAMS:2006:AV0588
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- D.B. Bijl
- E.M. Vrouwenvelder
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Gelijkheidsbeginsel bij aanslagregeling na staking onderneming
Belanghebbende en zijn broer, tevens mede-vennoot, staakten hun onderneming en deden aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2000. De inspecteur behandelde de aangiften verschillend: de broer werd administratief afgedaan zonder correctie vanwege toepassing van de stakingsvrijstelling, terwijl bij belanghebbende een inhoudelijke behandeling plaatsvond vanwege correcties die het belastbaar inkomen zouden wijzigen.
Belanghebbende stelde dat de inspecteur hiermee het gelijkheidsbeginsel had geschonden. Het Gerechtshof nam de feiten over van de eerdere uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage en concludeerde dat belanghebbende en zijn broer niet in gelijke positie verkeerden vanwege verschillen in aangifte en selectieprocedure. Er was geen oogmerk van bevoordeling, en de afdoening van de broer was gerechtvaardigd.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak echter wegens onvoldoende motivering omtrent de behandeling van de broer, waarna de zaak werd terugverwezen naar het Hof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van schending van het gelijkheidsbeginsel.