ECLI:NL:GHAMS:2005:AY3928
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S. Clement
- J.A.M. de Wit
- H. Smit
- Rechtspraak.nl
Gewone verblijfplaats minderjarige en omgangsregeling na ontbinding geregistreerd partnerschap
De zaak betreft een geschil tussen de moeder en vader over de gewone verblijfplaats van hun minderjarige kind na de ontbinding van hun geregistreerd partnerschap. De moeder, met de Zweedse nationaliteit, woont tijdelijk in Nederland maar is van plan definitief naar Zweden terug te keren. De vader, Nederlands staatsburger, woont in Nederland en heeft sinds oktober 2003 de feitelijke zorg over het kind.
De moeder betoogt dat het kind haar gewone verblijfplaats bij haar in Zweden moet hebben, mede gezien haar vermogen een stabiele en optimale opvoedingssituatie te bieden en de ruime ouderschapsregeling in Zweden. De vader stelt dat het in het belang van het kind is om in Nederland te blijven, omdat een verhuizing naar Zweden de ontwikkeling zou schaden en hij de verzorging adequaat verzorgt.
Het hof constateert dat het kind sinds de geboorte bij beide ouders heeft verbleven, maar dat de hechtingsrelaties tijdelijk zijn verbroken door de verhuizing van de moeder. Gezien de complexiteit en het belang van het kind beveelt het hof een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming om de ouder-kindrelaties en de beste verblijfplaats te beoordelen. Tot die tijd wordt het verblijf bij de vader gehandhaafd en zal het kind afwisselend bij beide ouders verblijven om stabiliteit te bevorderen.
Uitkomst: Het hof handhaaft voorlopig de verblijfplaats van het kind bij de vader en beveelt een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming om het belang van het kind te beoordelen.