Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2005:AV3623

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/1331
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:35 BWArt. 5:124 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over rechtmatigheid opzegging lidmaatschap Vereniging van Eigenaren zomerhuisjes

De Vereniging van Eigenaren van het Beach Park Texel vorderde in hoger beroep onder meer een verklaring voor recht dat geïntimeerden niet aan hun verplichtingen hadden voldaan en dat hun lidmaatschap slechts op bepaalde gronden kon worden beëindigd. Tevens vorderde zij hernieuwde toelating van geïntimeerden als leden en betaling van boetes.

De feiten betreffen de koop van percelen grond met een aanneemovereenkomst voor de bouw van recreatiewoningen, waarbij de Vereniging was opgericht door de verkoper met als doel het beheer van het park. De rechtbank wees de vorderingen af, en het hof bevestigde dit oordeel.

Het hof oordeelde dat de Vereniging geen vereniging van eigenaren in de zin van artikel 5:124 BW Pro is, omdat het geen appartementsrechten betreft. Het lidmaatschap is niet onopzegbaar, aangezien artikel 2:35 lid 1 BW Pro een dergelijk contractueel verplicht lidmaatschap buiten het appartementsrecht verbiedt. Ook kon de Vereniging geen afdwingbare rechten ontlenen aan de koopovereenkomsten tussen verkoper en kopers.

De vorderingen van de Vereniging werden daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De Vereniging werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de Vereniging af.

Uitspraak

rolnummerC04/1331
17 november 2005
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
de vereniging Vereniging van Eigenaren van het Beach Park Texel,
gevestigd te Texel,
APPELLANTE,
procureur:
mr. I.M.C.A. Reinders Folmer
tegen
[geïntimeerde sub 1] , wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde sub 2] , wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde sub 3] , wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde sub 4] , wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde sub 5] , wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente] ),
[geïntimeerde sub 6] , wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente] ),
[geïntimeerde sub 7] , wonende te [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland),
[geïntimeerde sub 8] , wonende te [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland)
[geïntimeerde sub 9] , wonende te [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland),
10. [geïntimeerde sub 10] , wonende te [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland),
11. [geïntimeerde sub 11] , wonende te [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland)
12. [geïntimeerde sub 12] , wonende te [woonplaats] (Bonsrepubliek Duitsland),
GEÏNTIMEERDEN,
procureur:
mr. B.J.H. Crans.

1.Het geding in beroep

Appellante, hierna ook: de Vereniging, is bij dagvaarding van 28 mei 2004 in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank te Amsterdam in de gevoegde zaken onder zaak/rolnummers 194052/H 00.0698 en 198883/H 00.1398 op 12 mei 2004 gewezen. De Vereniging heeft een memorie van grieven genomen (met producties) en onder aanvoering van drie grieven onder het aanbieden van bewijs geconcludeerd als in die memorie aangegeven. Geïntimeerden, hierna ook: [geïntimeerden] , hebben bij memorie van antwoord de grieven bestreden en onder het aanbieden van bewijs geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep met kosten. Vervolgens hebben partijen hun zaak bepleit, de Vereniging bij monde van mr. P.J.L.J. Duijsens advocaat te 's­ Gravenhage en [geïntimeerden] door mr. P.C.H. Lems, advocaat te Nijmegen. Daarna hebben zij de stukken waaronder de pleitnota’s aan het hof overgelegd voor het wijzen van arrest. De inhoud van alle stukken geldt als hier herhaald en ingelast.

2.De feiten

De rechtbank heeft in haar vonnis onder 1. a. t/m f. feiten vastgesteld. Deze zijn niet in geschil, zodat het hof daarvan uit zal gaan.

3.De grieven

Voor de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

4.Beoordeling

4.1
De Vereniging heeft in dit geding kort gezegd in hoofdzaak gevorderd:
-
ten eersteeen verklaring voor recht dat a.) [geïntimeerden]
niet hebben voldaan aan hun verplichtingen uit o.a. de koop- en aannemingovereenkomst en statuten en reglement van de Vereniging en b.) geïntimeerden 1 t/m 6 terzake een boete van F 25.000 per kavel hebben verbeurd en c.) [geïntimeerden] slechts gerechtigd zijn tot beëindiging van het lidmaatschap van de Vereniging op de gronden als opgenomen in artikel 6 van Pro de statuten,
  • ten tweede[geïntimeerden] te bevelen wederom lid van de Vereniging te worden, en hen te verbieden het lidmaatschap anders dan voorzien in genoemd artikel 6 op Pro te zeggen, en
  • tenslottegeïntimeerden 1 t/m 6 elk te veroordelen tot betaling van f 25.000 met rente en (buitengerechtelijke) kosten.
De rechtbank heeft alle vorderingen afgewezen.
4.2
Het hof stelt voorop, terwijl zulks als onbestreden vaststaat, dat [geïntimeerden] ieder hebben gekocht een perceel grond en daarbij een aanneemovereenkomst voor de bouw van een recreatie bungalow zijn aangegaan. Als verkoper trad blijkens de overgelegde overeenkomst, hierna: "koopakte", (productie 1 bij CvE) op de besloten vennootschap [X] B.V. als lasthebber van de naamloze vennootschap [Y] N.V. Het gekochte en de daarop gebouwde bungalow werden op deze wijze een los onderdeel van het betreffende recreatiepark. Er is daarom geen sprake van splitsing van een gebouw in appartementsrechten. Hieruit vloeit onvermijdelijk voort dat de Vereniging niet is een vereniging als bedoeld in artikel 5:124 BW Pro, waarvan appartementseigenaars van rechtswege lid zijn, dan wel dienen te zijn.
4.3
De genoemde koopakte houdt (artikel 12.A) in, dat een vereniging van eigenaren door verkoper is opgericht, alsmede dat deze zich onder meer ten doel stelt het beheer en onderhoud van wegen en voorzieningen in het park en tenslotte dat koper zich verbindt als lid toe te treden tot de vereniging en lid te blijven zolang hij de hoedanigheid
van eigenaar van het gekochte bezit. Niet in geschil is dat de statuten van de Vereniging geen verbod tot opzegging van het lidmaatschap inhouden.
4.4
De rechtbank heeft geoordeeld dat artikel 2:35, lid 1 BW in de weg staat aan een contractueel verplicht lidmaatschap als door de Vereniging van [geïntimeerden] verlangd. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat een onopzegbare verplichting tot het aanhouden van het lidmaatschap - behoudens, zoals de vereniging heeft aangegeven, in gevallen van beëindiging of overdracht van het eigendomsrecht -, buiten het geval van appartementsrechten, waarvoor een afzonderlijke wettelijke regeling geldt, strijdig is met het wettelijke stelsel, waarvan het genoemde artikel 2:35 een Pro weergave is. Anderzijds oordeelt het hof dat de door de verkoper van ieder van [geïntimeerden] bedongen persoonlijke in de koopakte vermelde verplichtingen niet door de Vereniging, als derde, afdwingbaar zijn, met name niet nu door de Vereniging op wie hieromtrent stelplicht zou rusten, geen feiten en omstandigheden worden gesteld, die een overgang van rechten aannemelijk zouden kunnen maken. Waar de Vereniging betoogt dat haar vordering steunt op de overeenkomsten die [geïntimeerden] met de verkoper, al dan niet ten behoeve van de op te richten vereniging, zijn aangegaan, stuit haar betoog ook op het hiervoor overwogene af. Omstandigheden die nog tot een ander oordeel zouden kunnen leiden zijn niet gesteld. Bij deze stand van zaken komt bewijslevering niet aan de orde. Hieruit volgt dat grief II faalt. Aan de overige grieven komt geen zelfstandige betekenis toe.

5.Slotsom

Het vonnis moet worden bekrachtigd, de Vereniging behoort als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij in de kosten van [geïntimeerden] te worden veroordeeld.
Het hof:
- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
- veroordeelt de Vereniging tot betaling van de kosten in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerden] gevallen, begroot op € 288,00 voor verschotten en € 2.682,00 voor salaris;
- verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.D.R.M. Boumans,
A. Bockwinkel en C.Ch. Mout en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2005.