ECLI:NL:GHAMS:2005:AU9285
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vorming vervangingsreserve uitgesloten bij staking onderneming en start nieuwe manege
Belanghebbende en haar echtgenoot exploiteerden een manege onder de naam Ruitercentrum Z tot 1 maart 2000, waarna zij deze onderneming verkochten. Vervolgens startten zij in 2001 een nieuwe, kleinere ponymanege op een ander adres met wezenlijk andere activiteiten en een andere omzetstructuur.
Belanghebbende wilde de winst uit de verkoop van het ruitercentrum onderbrengen in een vervangingsreserve, stellende dat zij de oude onderneming niet had gestaakt maar duurzaam had ingekrompen en dat er sprake was van een vervangingsvoornemen. De inspecteur stelde dat sprake was van staking van de oude onderneming en het starten van een nieuwe onderneming, waardoor de vorming van een vervangingsreserve niet mogelijk was.
Het Hof concludeerde dat de nieuwe activiteiten wezenlijk beperkter en anders van aard waren dan de oude, met minder paardrijlessen, minder dieren en geen kantine. De omzet was substantieel lager en de presentatie naar buiten toe was anders. Dit leidde tot het oordeel dat de oude onderneming was gestaakt en een nieuwe was gestart.
Daarmee voldeed belanghebbende niet aan de voorwaarden voor het vormen van een vervangingsreserve en moest de boekwinst uit de verkoop worden gerekend tot de stakingswinst van 2000. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond omdat belanghebbende haar onderneming in 2000 geheel heeft gestaakt en een nieuwe onderneming is gestart, waardoor vorming van een vervangingsreserve niet is toegestaan.