ECLI:NL:GHAMS:2005:AU6967
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C. Fasseur
- D.J.M.W. Paridaens
- W.J.B. Zeijl
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens opzettelijk onjuiste aangiften inkomstenbelasting met belastingontduiking
De verdachte heeft over de jaren 1999 en 2000 opzettelijk onjuiste aangiften inkomstenbelasting ingediend, waarbij hij zijn belastbaar inkomen te laag heeft opgegeven. Hierdoor werd te weinig belasting geheven, wat de staat en maatschappij aanzienlijk heeft benadeeld en het stelsel van belastinginning heeft ondermijnd.
Het hof acht bewezen dat de verdachte met voorwaardelijk opzet handelde, mede door het nalaten van een behoorlijke administratie en het niet bewaren van bonnen en rekeningen. Zijn opgevoerde benzinekosten waren disproportioneel hoog ten opzichte van de omzet, wat hem bewust had moeten maken van de onjuistheid van zijn aangiften. Het verweer van tijdsdruk werd verworpen.
De politierechter had een geldboete van €20.000 opgelegd, deels voorwaardelijk met hechtenis als vervangende straf. Het hof vernietigt dit vonnis wegens onverenigbaarheid en legt een lagere geldboete van €2.000 op, met 40 dagen hechtenis als vervangende straf. Het hof matigt de straf mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
De verdachte wordt vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten die niet wettig en overtuigend bewezen zijn. Er is geen sprake van willekeur in de vervolging. De strafbaarheid van het bewezengeachte is onbetwist en de verdachte is strafbaar gehouden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €2.000, bij gebreke van betaling te vervangen door 40 dagen hechtenis.