ECLI:NL:GHAMS:2005:AU4930
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Zelfstandigenaftrek en verzuimboete bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en urencriterium
Belanghebbende, die tot 1 april 2001 een eenmanszaak dreef en voor 50% arbeidsongeschikt is, stelde dat hij met 650 gewerkte uren in 2001 recht had op zelfstandigenaftrek omdat hij slechts de helft van het urencriterium hoefde te halen. Het Hof verwierp dit en bevestigde dat het urencriterium van 1225 uur volledig geldt, ongeacht arbeidsongeschiktheid.
Belanghebbende voerde aan dat de regeling voor zwangere vrouwen, die uren mogen bijtellen, ook voor arbeidsongeschikten zou moeten gelden en stelde dat er sprake was van discriminatie. Het Hof oordeelde dat deze regeling pas vanaf 2002 geldt en dat er geen objectieve en redelijke rechtvaardiging ontbreekt voor het verschil in behandeling, conform artikel 26 IVBPR Pro.
Verder werd de verzuimboete van €340 wegens te late aangifte verminderd tot €113, omdat het Hof aannemelijk achtte dat belanghebbende de aangifte niet tijdig had ingediend ondanks aanmaningen. Het belastbaar inkomen werd aangepast naar €28.378 na correctie van een dubbeltelling in de WAO-uitkering.
Het Hof veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot €7,50 en wees de Staat aan dit bedrag te vergoeden. Ook werd het door belanghebbende betaalde griffierecht van €37 vergoed. Het beroep werd gegrond verklaard en de bestreden uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat belanghebbende niet voldoet aan het urencriterium voor zelfstandigenaftrek en vermindert de verzuimboete tot €113.