ECLI:NL:GHAMS:2005:AT6192
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt afwijzing afschrijving onroerende zaken bij beleggingsmaatschappijen behalve voor C
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde beroepen van vijf beleggingsmaatschappijen (A, B, C, D en E) tegen uitspraken van de inspecteur inzake afschrijving van onroerende zaken in de vennootschapsbelasting over de jaren 1996 tot en met 1999.
De kern van het geschil betrof de vraag of de voorgestelde vaste jaarlijkse afschrijving van 3% op het verschil tussen aanschaffingskosten en restwaarde van de panden terecht was. Het hof oordeelde dat, gelet op het onderhoudsbeleid van de groep en het ontbreken van voldoende bewijs voor technische of economische veroudering, er geen ruimte was voor afschrijving naast de onderhoudskosten en dotaties aan kostenegalisatiereserves.
Voor de panden van C werd een uitzondering gemaakt, omdat de inspecteur niet betwistte dat daar nog enige afschrijving mogelijk was. De beroepen van A, B, D en E werden ongegrond verklaard, terwijl de beroepen van C gegrond werden verklaard met vermindering van de aanslagen tot lagere belastbare bedragen.
Het hof veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van C en wees de Staat aan dit bedrag aan C te voldoen. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De beroepen van A, B, D en E worden ongegrond verklaard en die van C gegrond met vermindering van de aanslagen.