ECLI:NL:GHAMS:2005:AT4001
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A.G. van der Ouderaa
- E.F. Faase
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Vervangingsreserve en voornemen tot vervanging bij verkoop onroerende zaak door BV
Belanghebbende, een besloten vennootschap, verkocht in 2000 een onroerende zaak en vormde een vervangingsreserve op de gerealiseerde boekwinst. De inspecteur handhaafde een aanslag vennootschapsbelasting waarbij de vervangingsreserve werd toegevoegd aan het belastbare bedrag. Belanghebbende stelde dat zij wel degelijk een vervangingsvoornemen had en betwistte de aanslag.
Het hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd voor het bestaan van een vervangingsvoornemen per 31 december 2000. De aangevoerde stukken betroffen plannen en projecten die pas na balansdatum ontstonden en waren vaak afkomstig van derden. Ook uit de jaarrekening bleek dat belanghebbende na verkoop geen noemenswaardige activiteiten meer verrichtte.
Daarmee was niet aannemelijk dat belanghebbende de onroerende zaak wilde vervangen door een nieuw bedrijfsmiddel. Het hof concludeerde dat de inspecteur terecht de vervangingsreserve had vrijgelaten en de aanslag had gehandhaafd. Vanwege motiveringsgebreken in de uitspraak werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting wordt bevestigd wegens het ontbreken van een vervangingsvoornemen.