ECLI:NL:GHAMS:2005:AT1596
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- P.M.F. van Loon
- E. Jochem
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling kapitaalsbelasting bij bedrijfsfusie ondanks vervreemding aandelen na verkrijging
Belanghebbende, een BV, verwierf 100% van de aandelen in Holding BV, die via tussenhoudsters een belang in 24 werkmaatschappijen vertegenwoordigt. Dit betrof een management buy-out van de a-divisie van een concern. Na verkrijging werd 6,8% van de aandelen aan een derde verkocht. De inspecteur weigerde de vrijstelling kapitaalsbelasting toe te passen en legde een naheffingsaanslag op.
Het Hof oordeelde dat de aandelen I Holding BV een zelfstandig onderdeel van een onderneming vormen en dat de bedrijfsfusievrijstelling van artikel 37 Wet Pro op belastingen van rechtsverkeer van toepassing is. Het stond vast dat de vervreemding aan een derde pas na de verkrijging plaatsvond, wat de vrijstelling niet uitsluit. De inspecteur's beroep op eerdere jurisprudentie en beleidsverstrakking werd verworpen.
Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de naheffingsaanslag en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De zaak betreft een belangrijke verduidelijking van de toepassing van de bedrijfsfusievrijstelling bij aandelenoverdracht met daaropvolgende vervreemding.
Uitkomst: De naheffingsaanslag kapitaalsbelasting wordt vernietigd en de bedrijfsfusievrijstelling wordt toegepast ondanks vervreemding van aandelen na verkrijging.