ECLI:NL:HR:2006:AY3743
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bedrijfsfusievrijstelling bij inbreng aandelen als zelfstandig onderdeel onderneming
Belanghebbende kreeg op 16 april 2003 een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting opgelegd, die na bezwaar gehandhaafd bleef. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag. De Staatssecretaris stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de bedrijfsfusievrijstelling op de inbreng van aandelen C Holding B.V. in belanghebbende. Het Hof oordeelde dat het aandelenpakket als zelfstandig onderdeel van de onderneming van A B.V. kon worden aangemerkt, waardoor de vrijstelling van toepassing was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het verweer dat de bedrijfsfusiefaciliteit niet zou gelden door de daarop volgende overdracht van een deel van de aandelen aan een derde.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee blijft de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting van € 161.689 buiten toepassing, en wordt de bedrijfsfusievrijstelling bevestigd in de context van deze complexe aandelenstructuur en management buy out.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de bedrijfsfusievrijstelling bevestigd.