ECLI:NL:GHAMS:2004:AR8143
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing en aftrekbaarheid kosten bij Wajong-uitkering nabetaling
Belanghebbende ontving in 2002 een nabetaling van een Wajong-uitkering over de periode 1996-1998. De inspecteur verhoogde het inkomen uit werk en woning met dit bedrag en legde hierover inkomstenbelasting op. Belanghebbende voerde aan dat de uitkering geen loon was en dat de kosten van haar rechtskundige bijstand in mindering konden worden gebracht.
Het Hof stelde vast dat het ontvangen bedrag in 2002 moet worden belast volgens artikel 3.146 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Vervolgens onderzocht het Hof of de uitkering als loon of als een belastbare periodieke uitkering moest worden aangemerkt. Hoewel de Wajong-uitkering publiekrechtelijk is, kwalificeert zij op grond van artikel 34 Wet Pro op de loonbelasting 1964 en het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 als loon.
Daarmee zijn de kosten van verwerving, inning en behoud van deze uitkering niet aftrekbaar sinds 1 januari 2001. Het Hof verwees naar eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad over vergelijkbare pensioenuitkeringen en concludeerde dat de Wajong-uitkering terecht als loon is belast en dat de kosten van rechtskundige bijstand niet in mindering kunnen worden gebracht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; de Wajong-uitkering is als loon belast en kosten van rechtskundige bijstand zijn niet aftrekbaar.