ECLI:NL:GHAMS:2004:AR1978
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Van de Merwe
- Emmerig
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing 35%-regeling voor buitenlandse jeugdvoetballer door gebrek aan specifieke deskundigheid
Belanghebbende, een buitenlandse jeugdvoetballer, werd door een Nederlandse profclub aangetrokken en vroeg toepassing van de 35%-regeling aan, gebaseerd op zijn talent en investering door de club. De inspecteur weigerde dit omdat belanghebbende ten tijde van zijn aanwerving niet voldeed aan de specifieke deskundigheidseis en al in Nederland woonde.
Het hof stelde vast dat belanghebbende wel talentvol was, maar dat talent niet gelijk staat aan specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. De bewijsregel vereist dat de voetballer op een vergelijkbaar niveau als de hoogste Nederlandse profcompetitie heeft gespeeld, wat hier niet het geval was.
De inspecteur hanteert als criterium de inkomenstoets van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) voor tewerkstellingsvergunningen, maar belanghebbende voldeed hieraan niet rond zijn aankomst in Nederland. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van belanghebbende afwijkt van de gevallen waarvoor de bewijsregel bedoeld is.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. De uitspraak bevestigt dat de 35%-regeling niet automatisch geldt voor buitenlandse jeugdspelers zonder aantoonbare specifieke deskundigheid.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de 35%-regeling wordt niet toegepast omdat de specifieke deskundigheid ontbreekt.