ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ8622
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Slijpen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens redelijke veronderstelling van betaling
Belanghebbende parkeerde zijn auto op 15 november 2002 in Utrecht en legde een herlaadbewijs in plaats van een parkeerkaartje achter de voorruit. De gemeente legde een naheffingsaanslag parkeerbelasting op omdat geen geldig parkeerbewijs was getoond.
Belanghebbende stelde dat direct na het parkeren € 2,20 in de automaat was geworpen door zijn dochters, waarna het herlaadbewijs werd verkregen. Hij verkeerde in de redelijke veronderstelling dat hiermee was betaald. Verweerder betwistte dit en stelde dat het herlaadbewijs geen geldig betalingsbewijs was en dat belanghebbende bewust het risico van naheffing had aanvaard.
Het hof oordeelde dat niet aannemelijk was dat de dochters op de hoogte waren van de oplaadmogelijkheid van de bezoekerskaart en dat de informatie op de automaat hierover ontbrak. Het herlaadbewijs leek sterk op een parkeerbewijs en belanghebbende mocht redelijkerwijs aannemen dat de parkeerbelasting was voldaan.
Op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur werd de naheffingsaanslag vernietigd. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd omdat belanghebbende in redelijke veronderstelling verkeerde dat de parkeerbelasting was voldaan.