ECLI:NL:HR:1997:AA3200
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing artikel 20 AWR bij naheffing parkeerbelasting ondanks betaling
Belanghebbende parkeerde op 24 juni 1994 een auto in Amsterdam en betaalde de parkeerbelasting via een parkeerautomaat. Het kaartje werd echter niet zichtbaar achter de voorruit geplaatst, waardoor controleurs niet konden vaststellen dat de belasting was voldaan. De gemeente legde een naheffingsaanslag en kosten voor het aanbrengen van een wielklem op. Na bezwaar en beroep vernietigde het Hof de aanslag en beschikking omdat belanghebbende de belasting had betaald.
De gemeente stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het Hof. De Hoge Raad overwoog dat artikel 234 van Pro de Gemeentewet bepaalt dat voldoening op aangifte uitsluitend wordt geacht te zijn gedaan indien het kaartje zichtbaar is geplaatst. Echter, artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) is van toepassing op de vraag wanneer naheffing kan plaatsvinden. Omdat geen afwijkende regeling in de Gemeentewet is getroffen, is naheffing toegestaan indien niet aan de aangifteverplichting is voldaan, ook al is de belasting betaald.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de gemeente Amsterdam en veroordeelde haar in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat het voldoen van de parkeerbelasting niet automatisch het recht op naheffing uitsluit indien niet aan de aangifteverplichting is voldaan volgens de voorschriften.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente Amsterdam wordt verworpen en de naheffingsaanslag blijft in stand.