ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ5872
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rutgers van der Loeff
- Otte
- Clarenbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens verkrachting, afpersing en diefstallen met geweld
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf wegens meerdere ernstige feiten waaronder verkrachting, afpersing en diefstallen met geweld. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en deed opnieuw recht. Het hof sprak verdachte vrij van enkele ten laste gelegde feiten, maar verklaarde andere feiten wettig bewezen, waaronder twee verkrachtingen, afpersing en diefstallen met bedreiging.
De feiten vonden plaats binnen een periode van twee maanden en betroffen willekeurig gekozen vrouwelijke slachtoffers die ernstig werden bedreigd, mishandeld en opgesloten. Psychiatrisch onderzoek wees op cocaïneafhankelijkheid, maar kon geen uitspraak doen over toerekeningsvatbaarheid. Verdachte weigerde medewerking aan persoonlijkheidsonderzoek.
Het hof achtte een gevangenisstraf van acht jaar passend, gelet op de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers en de persoon van verdachte. Daarnaast werden schadevergoedingen toegewezen aan drie benadeelden, deels toegewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard voor het strafgeding, met de mogelijkheid tot civiele procedure. Diverse voorwerpen werden verbeurd verklaard of teruggegeven.
Het hof legde ook de maatregel van artikel 36f Sr op en bepaalde dat de tijd in voorlopige hechtenis geheel in mindering wordt gebracht. De schadevergoedingen aan de benadeelden variëren van ongeveer 1.800 tot 3.600 euro, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor verkrachting, afpersing en diefstallen met geweld en moet schadevergoedingen betalen aan drie benadeelden.