ECLI:NL:GHAMS:2004:AP0935
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag parkeerbelasting bij niet zichtbare parkeervergunning in auto
Belanghebbende parkeerde zijn auto op 8 augustus 2003 nabij een tankstation in Amsterdam en kreeg een naheffingsaanslag opgelegd wegens het niet voldoen van de parkeerbelasting (A-belasting). Hoewel hij een geldige bedrijfsparkeervergunning bezat, was deze niet conform de verordening zichtbaar aangebracht in de auto, maar lag deze op de bestuurdersstoel.
De gemeente hanteerde een beleid waarbij geen naheffingsaanslag wordt opgelegd indien een vergunning zichtbaar in de auto aanwezig is, ongeacht de exacte plaats. Belanghebbende moest aannemelijk maken dat de vergunning zichtbaar lag, maar kon dit slechts met zijn eigen verklaring onderbouwen, zonder aanvullende bewijsstukken.
Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd omdat de vergunning niet op de voorgeschreven wijze zichtbaar was aangebracht. De eigen verklaring van belanghebbende volstond niet als bewijs. Er waren geen bijzondere omstandigheden die aanleiding gaven voor een proceskostenveroordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de vergunning niet conform voorschrift zichtbaar was aangebracht.