ECLI:NL:GHAMS:2004:AO8903
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Faase
- Meussen
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen weigering beschikking aandelenfusie op grond van zakelijke overwegingen
Belanghebbende, houder van aandelen in drie besloten vennootschappen die voornamelijk effecten en liquide middelen beheren, verzocht om een beschikking aandelenfusie op grond van artikel 3.55 Wet IB 2001. De inspecteur weigerde deze beschikking omdat de fusie niet zou plaatsvinden op zakelijke overwegingen en mogelijk gericht zou zijn op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.
Het Hof oordeelt dat het ontbreken van materiële ondernemingsactiviteiten geen reden is om de fusiefaciliteit uit te sluiten, mede gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De voorgenomen fusie heeft als doel de beleggingsportefeuilles samen te voegen voor kostenbesparing, betere spreiding en verbetering van het beleggingsresultaat, wat zakelijke overwegingen zijn.
De inspecteur kon niet aannemelijk maken dat de fusie hoofdzakelijk gericht was op belastingontduiking of -uitstel. Belanghebbende verklaarde bovendien niet tot de fusie over te gaan indien de faciliteit niet zou worden verleend. Het Hof vernietigt de uitspraak van de inspecteur, verklaart het beroep gegrond en beveelt verstrekking van de beschikking aandelenfusie. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de inspecteur wordt gelast een beschikking aandelenfusie te verlenen.