ECLI:NL:GHAMS:2004:AO5060
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Verspyck Mijnssen
- Aben
- Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens overtreding verbod handelen met voorwetenschap in effectenverkeer
In deze zaak staat de overtreding van artikel 46, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 centraal. Verdachte, financieel directeur van een beursgenoteerde vennootschap, gaf opdracht tot inkoop van 120.000 eigen aandelen terwijl hij beschikte over niet-openbare, koersgevoelige informatie over een voorgenomen fusie. Deze transactie werd niet noodzakelijk geacht voor het voldoen aan leveringsverplichtingen uit personeelsopties.
Het hof oordeelt dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan deze verboden gedraging. Hoewel verdachte juridisch advies inriep en handelde op instructie van een invloedrijke commissaris, kan hij zich niet beroepen op afwezigheid van alle schuld vanwege onvolledige communicatie en het ontbreken van schriftelijk advies.
Voor de tenlastegelegde toekenning en aanvaarding van personeelsopties spreekt het hof verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs. De straf wordt vastgesteld op een voorwaardelijke geldboete van €10.000 met een proeftijd van één jaar, waarbij rekening is gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €10.000 wegens het feitelijk leiding geven aan een verboden transactie met voorwetenschap.