ECLI:NL:GHAMS:2004:AO3380
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Schaap
- Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag OZB 1999 wegens ontbrekende rechtsgeldige mutatiebeschikking
Belanghebbende, eigenares en gebruikster van een hotel dat in 1997 werd gebouwd en in 1998 gereed kwam, kreeg een navorderingsaanslag OZB 1999 opgelegd op basis van een hogere WOZ-waarde. De gemeente Haarlemmermeer stelde echter pas in februari 2003 een rechtsgeldige mutatiebeschikking vast met ingang van 1 januari 1998, terwijl de navorderingsaanslag al in november 2001 was opgelegd.
Het geschil betrof de vraag of de navorderingsaanslag in stand kon blijven. Het hof oordeelde dat de navordering niet geoorloofd was omdat de hogere waarde nog niet rechtsgeldig was vastgesteld op het moment van oplegging van de navorderingsaanslag. De eerdere pogingen tot wijziging van de WOZ-waarde waren niet rechtsgeldig bekendgemaakt of vernietigd.
De rechtbank stelde vast dat de oorspronkelijke aanslag uit 1999 was gebaseerd op de lagere waarde en dat de navorderingsaanslag pas na het rechtsgeldig worden van de mutatiebeschikking in 2003 had mogen worden opgelegd. De stelling van de gemeente dat belanghebbende had moeten begrijpen dat sprake was van een administratieve vergissing werd verworpen.
Het hof vernietigde de navorderingsaanslag, veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en stelde dat de gemeente het betaalde griffierecht aan belanghebbende moest vergoeden. De uitspraak werd gedaan door Onnes, Schaap en Vrouwenvelder op 6 februari 2004.
Uitkomst: De navorderingsaanslag OZB 1999 wordt vernietigd omdat de hogere WOZ-waarde pas in 2003 rechtsgeldig is vastgesteld.