ECLI:NL:GHAMS:2003:AO1329
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- E.N. Punt
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Geschil over tariefindeling ingevoerde caseïneproducten in het Gemeenschappelijk Douanetarief
Belanghebbende gaf een douane-expediteur opdracht om goederen aan te geven voor het vrije verkeer, waarbij zij zich contractueel verbond tot betaling van invoerrechten. De inspecteur had het product ingedeeld onder post 0406 20 90 van het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT) en een uitnodiging tot betaling van landbouwheffingen verstuurd. Belanghebbende maakte bezwaar en voerde aan dat het product onder post 3504 00 00 of post 3504 moest worden ingedeeld, mede op basis van een bindende tariefinlichting.
De Douanekamer oordeelde dat belanghebbende rechtstreeks en individueel door het besluit was geraakt en dat het bezwaar ontvankelijk was. Uit laboratoriumrapporten bleek dat het product geen pepton was, omdat het gehalte aan aminozuurstikstof te laag was en het product beperkt oplosbaar was. Het product bevatte vrijwel geen wei-eiwit en had een vochtgehalte van ruim 53%, waardoor indeling onder post 3504 of 3501 niet passend was.
Op grond van het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-42/99 en de GS-toelichtingen moest het product worden ingedeeld onder post 0406, specifiek onder 0406 10 20, aangezien het een wrongel met een vetgehalte van niet meer dan 40% betrof. Het beroep op de bindende tariefinlichting werd afgewezen omdat het ingevoerde product wezenlijk verschilde van het product waarop de tariefinlichting was gebaseerd.
De Douanekamer vernietigde de uitspraak van de inspecteur voor zover deze het product onder post 0406 20 90 had ingedeeld, stelde vast dat het product onder post 0406 10 20 moet worden ingedeeld en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Het product wordt ingedeeld onder post 0406 10 20 van het GDT en de eerdere indeling onder post 0406 20 90 wordt vernietigd.