ECLI:NL:GHAMS:2003:AN9675
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Faase
- Van der Ouderaa
- Slijpen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanslag vennootschapsbelasting wegens overschrijding termijn
Belanghebbende, een vennootschap, maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting 1998 die was opgelegd met een belastbaar bedrag van ƒ 341.239 en heffingsrente van ƒ 12.362. Het bezwaar werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende stelde dat haar brief van 20 juni 2002 als bezwaarschrift moest worden aangemerkt en dat de overschrijding verschoonbaar was omdat de inspecteur de gemachtigde niet had geïnformeerd over de aanslag.
Het hof oordeelde dat de brief van 20 juni 2002 niet als bezwaarschrift kon worden gezien en dat het daadwerkelijke bezwaarschrift pas op 18 november 2002 was ingediend, ruim na de termijn van zes weken. Verder was er geen wettelijke verplichting voor de inspecteur om de aanslag aan de gemachtigde toe te zenden, noch was hierom verzocht. De inspecteur had aan zijn zorgplicht voldaan door de gemachtigde te informeren over de afhandeling van de aangifte.
Daarmee was het bezwaar te laat ingediend en niet-ontvankelijk. Het hof ging niet in op de materiële gronden van het bezwaar. Ook het beroep tegen de heffingsrente werd niet-ontvankelijk verklaard omdat daarover geen tijdig bezwaar was gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag vennootschapsbelasting 1998 is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.