ECLI:NL:GHAMS:2003:AL3403
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Boersma
- Goes
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over in België gewerkte dagen van Nederlandse werknemer
Belanghebbende, een inwoner van Nederland, werkte in 1998 in dienst van een Belgische werkgever, waarbij hij 58 dagen in België en de overige dagen in Nederland werkte. De discussie betrof de juiste berekening van het aan België toe te rekenen loon voor de toepassing van het belastingverdrag tussen Nederland en België.
De inspecteur stelde het aan België toe te rekenen loon vast op basis van 58 dagen gedeeld door 261 kalenderdagen minus weekenddagen, terwijl belanghebbende betoogde dat de noemer moest bestaan uit het totaal aantal daadwerkelijk gewerkte dagen (213). Het Hof volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad (BNB 1998/52) en oordeelde dat de noemer moet bestaan uit het totale normale aantal werkdagen, gesteld op 261, waarbij niet-gewerkte dagen zoals vakantie en ziekte buiten beschouwing blijven.
Voorts werd de aftrek elders belast vastgesteld aan de hand van het arrest van het Hof van Justitie van de EG (zaak C-385/00), waarbij de noemer van de voorkomingsbreuk werd gesteld op het belastbare inkomen verminderd met de belastingvrije som. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur, en stelde de aanslag en aftrek elders belast vast op respectievelijk f 131.924 en f 11.515. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd met een aangepaste aftrek elders belast.