ECLI:NL:GHAMS:2003:AL3391
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt gebruikelijk loon van 6.000 gulden voor arbeid aandeelhouder
Belanghebbende, een BV, maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag loonbelasting en een opgelegde boete wegens te laag opgegeven loon van C, de enig aandeelhouder die arbeid verrichtte. De inspecteur stelde dat het gebruikelijk loon voor C ƒ 6.000 per jaar bedroeg, ondanks dat C ook loon ontving van een verbonden BV.
Het Hof stelde vast dat C arbeid verrichtte voor belanghebbende en dat het gebruikelijk loon niet lager kon zijn dan ƒ 6.000, mede gelet op de management fee die belanghebbende ontving en de gemaakte kosten voor secretariële ondersteuning. Belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd voor een lager gebruikelijk loon.
De naheffingsaanslag werd daarom gehandhaafd. Het Hof vond geen bewijs voor opzet van belanghebbende, maar wel voor grove schuld, waardoor de boete werd verminderd tot 25% van de nageheven belasting, zijnde ƒ 3.090. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
De uitspraak verving de mondelinge uitspraak van 21 mei 2003 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof handhaafde de naheffingsaanslag loonbelasting en verminderde de boete tot ƒ 3.090 wegens grove schuld.