ECLI:NL:GHAMS:2003:AJ6865
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Den Boer
- Faase
- Smit
- Rechtspraak.nl
Vaststelling winstbelasting BV met intermediaire financieringsfunctie binnen concern
Belanghebbende, een BV met een kapitaal van f 40.000 binnen een concern, verstrekte nagenoeg risicoloos leningen aan een zustervennootschap. De inspecteur stelde de winst vast op basis van een ruling die een minimale bruto-marge van 1% voorschrijft, terwijl belanghebbende een lagere marge claimde.
Het hof concludeert dat belanghebbende slechts als intermediair fungeert, zonder eigen risico, en daarom niet als financieringsmaatschappij in de eigenlijke zin kan worden aangemerkt. De winst moet worden vastgesteld volgens de cost-plusmethode met een opslag van 10% op de doorgeleende bedragen.
De aanslagen voor de boekjaren 1995/1996 en 1996/1997 worden dienovereenkomstig verminderd tot f 2.350 en f 26.693 respectievelijk. De inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten en kosten van de bezwaarprocedure. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: De winst van de BV wordt vastgesteld volgens de cost-plusmethode met een opslag van 10%, met vermindering van de aanslagen vennootschapsbelasting.