ECLI:NL:GHAMS:2003:AI1326
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslag roerende ruimtebelasting wegens onroerende woonwagen
Belanghebbende was eigenaar van een woonwagen die duurzaam op een perceel stond en gebruikt werd voor permanente bewoning. De gemeente legde aanslagen roerende ruimtebelasting op voor de jaren 1997 tot en met 1999, waarvan belanghebbende alleen het beroep tegen de aanslag eigenarenbelasting 1997 voortzette.
De woonwagen was voorzien van een aanbouw die duurzaam met de grond was verbonden, en de wagen zelf was zodanig geconstrueerd dat deze niet zonder beschadiging verwijderd kon worden. Het hof oordeelde dat de woonwagen daardoor als onroerende zaak moest worden beschouwd volgens artikel 3:3 BW Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad.
Daarnaast stelde het hof vast dat verweerder de waarde van de woonwagen niet aannemelijk had gemaakt boven de belastingvrije som van ƒ 25.000. De gehanteerde waarderingsmethode was onvoldoende onderbouwd en niet in overeenstemming met de Verordening roerende-ruimtebelastingen.
Daarom verklaarde het hof het beroep gegrond, vernietigde de aanslag en de uitspraak van verweerder, en gelastte de vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat belanghebbende geen kosten had gemaakt.
Uitkomst: De aanslag roerende ruimtebelasting op de woonwagen wordt vernietigd omdat deze onroerend is en de waarde niet boven de belastingvrije som ligt.