ECLI:NL:GHAMS:2003:AH9829
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Onnes
- J. Boersma
- M. Goes
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting wegens niet verklaarde significante omzetstijging speelautomaten
Belanghebbende exploiteert een speelautomatenhal en werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 1994 tot en met 1996. De inspecteur stelde een boekenonderzoek in en constateerde een significante stijging van de omzet die belanghebbende niet kon verklaren. Vanaf 1 oktober 1996 werden tellerstanden van de speelautomaten geregistreerd, maar over de voorgaande periode ontbraken deze gegevens of waren ze niet bewaard.
Belanghebbende voerde diverse verklaringen aan, waaronder wijzigingen in het management en bedrijfsvoering, een test met speelautomaten, en een strenger gemeentelijk beleid dat tot meer bezoekers zou hebben geleid. Het hof achtte deze verklaringen onvoldoende om de grote verschillen in omzet verantwoord te verklaren. De inspecteur had een redelijke schatting gemaakt van de verschuldigde belasting op basis van latere tellerstanden.
Het hof oordeelde dat belanghebbende opzet had gehad bij het niet juist aangeven van de omzet en bevestigde de naheffingsaanslag met een boete van 50% van de nageheven belasting. Verder werd geoordeeld dat geen sprake was van schending van redelijke termijn of mededelingsplicht. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting over 1994-1996 wordt ongegrond verklaard en de boete van 50% wordt bevestigd.