ECLI:NL:GHAMS:2003:AH9404
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Bijl
- J. Van Hilten
- G. Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Ongerechtvaardigde ongelijke fiscale behandeling van beroepskosten zonder aftrekmogelijkheid
Belanghebbende, werkzaam in dienstbetrekking, maakte kosten ter behoorlijke vervulling van zijn dienstbetrekking die niet door zijn werkgever werden vergoed. Onder de Wet IB'64 waren deze beroepskosten aftrekbaar, maar onder de Wet IB'01 ontbreekt deze aftrekmogelijkheid. Belanghebbende stelde dat dit in strijd is met het verbod op discriminatie zoals neergelegd in artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro.
Het Hof stelde vast dat de beroepskosten geen negatief loon vormen omdat er geen verplichting tot betaling bestaat. Vervolgens oordeelde het Hof dat belanghebbende ongelijk wordt behandeld ten opzichte van werknemers die hun beroepskosten wel belastingvrij vergoed krijgen door hun werkgever. Dit verschil leidt tot ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
Het Hof erkende dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat het schrappen van de aftrek van beroepskosten mede was ingegeven door inkomensbeleid, vereenvoudiging van de belastingheffing en arbeidsmarktverbetering. Desondanks vond het Hof de rechtvaardiging onvoldoende objectief en redelijk, mede vanwege de omvang van de kosten en het aantal betrokken belastingplichtigen.
Toch wees het Hof het beroep af omdat het niet aan de rechter is om rechtsherstel te bieden via vermindering van de aanslag, gezien de staatsrechtelijke verhoudingen en het feit dat er beleidsmatige oplossingen mogelijk zijn. Tevens wees het Hof een schadevergoeding af en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard ondanks ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van beroepskosten.