ECLI:NL:GHAMS:2003:AF9263
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Van der Voort Maarschalk-Vencken
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale kwalificatie en waardering van door werkgever verstrekte kleding met logo
Belanghebbende, een bank, verstrekte aan haar werknemers een pakket kledingstukken voorzien van een logo en opschrift. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffing op omdat de kleding niet als werkkleding werd aangemerkt. Het geschil betrof de vraag of de kleding aan de wettelijke criteria voor werkkleding voldeed en welke waarde voor de loonheffing moest worden gehanteerd.
Het hof stelde vast dat de zichtbare logo's en opschriften tezamen niet de vereiste oppervlakte van 70 cm² bereikten gedurende het dragen van de kleding, mede door het over elkaar dragen van kledingstukken. De kleding was bovendien geschikt om ook buiten werktijd gedragen te worden en werd niet als uniforme kleding ervaren. Hierdoor kwalificeerde de kleding niet als werkkleding in de zin van de Wet op de loonbelasting.
Verder oordeelde het hof dat de waarde van de verstrekte kleding voor de loonheffing moest worden gesteld op de waarde in het economische verkeer, die niet lager is dan de besparingswaarde. De bank had € 36.424 inclusief BTW betaald, wat ook als besparingswaarde werd aangenomen. De naheffingsaanslag was daarom terecht opgelegd.
Belanghebbende's beroep op belastingvrijstelling wegens maatschappelijke opvattingen en het moment van genieten werd verworpen. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag loonheffing over de verstrekte kleding.